Acaciastraat 58 | Nijmegen (oost)

Meer ingrijpen is niet automatisch veiliger voor moeder en kind

imageHet aantal medische ingrepen tijdens de bevalling, zoals een keizersnede, is de laatste jaren gestegen. Ook wordt de bevalling vaker ingeleid, worden de weeën kunstmatig bijgestimuleerd en worden meer baby’s met een zuignap ter wereld gebracht. Deze toename betekent niet automatisch dat de zorg veiliger is geworden voor moeder en baby. Pien Offerhaus deed onderzoek naar de de uitkomst van 800.000 bevallingen. Terwijl het aantal ingrepen steeg nam ook het aantal complicaties toe.

Pien Offerhaus promoveert 5 oktober aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Meer info.

De keuzevrijheid tijdens zwangerschap en bevalling staat onder druk

Op de Geboortebeweging Dag sprak voorzitter Mira Westland zich uit over de beoogde gelijkwaardigheid in de relatie tussen zwangere vrouw en zorgverlener: “Volgens mij is die gelijkwaardigheid de kern van elke goede relatie. Het is de enige deur naar een echt gesprek. In onze menselijkheid kunnen we elkaar vinden èn begrijpen, ook als de discussie moeilijk wordt.”

image

De Geboortebeweging (GB) maakt zich zorgen over invloed van protocollen op de geboortezorg in de praktijk. Omdat zorgverleners de inhoud van richtlijnen bepalen worden vrouwen beperkt in het verwezenlijken van hun wensen tijdens zwangerschap en bevalling. Vrouwen met wensen die afwijken van de richtlijn worden neergezet als onbekwame zorgmijders. “We willen de praktijk veranderen. Zodat vrouwen de rechten die zij hebben ook daadwerkelijk kunnen uitoefen, zonder daarvoor als zorgweigeraar te boek te staan.” De keuzevrijheid tijdens zwangerschap en bevalling staat onder druk. Zwangere vrouwen zouden meer betrokken moeten worden bij beslissingen en betere voorlichting krijgen zodat zij zelf een gewogen keuze kan maken. “De cliënt is gelijkwaardig partner en beslissingsbevoegd in het eigen zorgproces.”

De Geboortebeweging organiseerde op 13 september de Geboortebeweging Dag in Amsterdam. De Geboortebeweging is opgericht in 2011 en is sinds dit jaar Stichting Geboortebeweging die zich inzet voor keuzevrijheid van vrouwen in de geboortezorg.

Bron: De Geboortebeweging

Thuis bevallen is veilig

In Nederland hebben vrouwen veel keuzeopties als ze gaan bevallen. Zo kan je kiezen of met of zonder pijnstilling wil kiezen. Of je liggend, zittend of in bad bevalt. En of je thuis of in het ziekenhuis wil bevallen. Die keuze is een eerlijke en veilige keuze want opnieuw is uit een groot, representatief onderzoek gebleken dat beide opties veilig zijn. Je loopt niet meer risico als je kiest om thuis of in het ziekenhuis te bevallen. Vooral aan vrouwen die kiezen om thuis te bevallen wordt vaak gevraagd of dat wel een veilige keuze is. Ook verscheen in 2010 een klein onderzoek dat beweerde dat het onveiliger zou zijn om thuis te bevallen: de babysterfte in Utrecht leek bij thuis bevallen hoger.

imageVerloskundige Ank de Jonge en gynaecoloog Joris van de Post van het VUmc en AMC deden onderzoek onder 80.000 zwangeren en publiceerden de uitkomsten deze week in Midwifery. Thuis bevallen is veilig en is géén oorzaak voor babysterfte. Babysterfte, die trouwens flink gedaald is in Nederland, komt met name voor bij prematuur geboren baby’s. Vrouwen die prematuur bevallen gaan naar het ziekenhuis. De onderzoekers gebruikten gegevens uit dezelfde periode als het Utrechtse onderzoek alleen gebruikten zij veel meer gegevens en keken beter naar bijkomende risicofactoren. Het is mooi dat moeders (en vaders) kunnen blijven kiezen waar zij hun baby geboren laten worden.

Een keuze uit de nieuwsberichten van deze week:

NRC.nl: ‘Thuis bevallen toch net zo veilig als in het ziekenhuis’ – 31 augustus 2015
KNOV.nl: ‘Thuis bevallen is veilig’ – 31 augustus 2015

 

Baringspijn is er niet voor niets

Baringspijn is er niet voor niets. Onder deze titel verscheen een artikel in Medisch Contact. Neurowetenschapper Ben van Cranenburgh en verloskundige-onderzoeker Irena Veringa MSc laten zien welke functies baringspijn heeft. Het is niet zo dat zij tégen pijnstilling pleiten maar zij laten zien dat pijn “er niet voor niets is” en waarschuwen tegen onnodige pijnmedicatie. Veel verloskundigen zullen herkennen dat een vrouw die pijn ervaart tijdens het persen even stopt zodat het oprekken geleidelijker gaat en de kans op inscheuren afneemt. Een vrouw met een ruggenprik zal dat niet doen, zij perst door.

Mooi is het pleidooi om in ziekenhuizen naast pijnmedicatie ook een warm bad, muziek en een masseur aan te bieden. In het buitenland is dit niet meer dan normaal maar het lijkt of ziekenhuizen in Nederland denken: “dan ga je maar thuis bevallen.” Een bevalbad in de verloskamer is een uitzondering in ons land.

Angst versterkt pijnsensaties. Daarom stellen de auteurs voor om vrouwen zelf meer regie te geven over hun bevalling en niet onzeker te maken. Zelfverzekerde en goed voorbereide vrouwen vragen minder vaak om pijnstilling. En als een vrouw dan om een ruggenprik vraagt doet zij dat om een goede reden.

Pijnstilling bij de bevalling

Pijnstilling bij de bevalling

Behalve het artikel zelf zijn ook de reacties interessant. Zoals de reacties van gynaecologen die zichzelf niet herkennen in het beschreven beeld: “elke gynaecoloog of verloskundige wil een goed verlopende baring.” Een andere lezer zegt over pijnstilling: we weten te weinig van de nadelen dus “niet doen tenzij.”

Hier vindt je het artikel van Veringa en van Cranenburgh.

Tips om om te gaan met pijn.

Lees ook mijn blog over pijnstilling bij de baring.

Blijere moeders en baby’s met minder ingrijpen tijdens de bevalling

image

Johanna met baby Nora – foto Bart Tarenskeen

Nederland was altijd het land met weinig ingrepen tijdens zwangerschap en geboorte: weinig kunstmatige ingrepen zoals het inleiden (opwekken) van de bevalling, keizersneden en vacuümverlossing. En al zijn de cijfers hier nog steeds lager dan in veel westerse landen toch wordt er steeds meer ingegrepen. In tien jaar steeg het aantal keizersnedes, vacuüm-verlossingen en vooral het kunstmatig opwekken (inleiden) van de bevalling*. Verloskundigen verwijzen vrouwen steeds vaker voor of tijdens de bevalling door naar de gynaecoloog. Één op vijf bevallingen wordt ingeleid en volgens de Wereld Gezondheids Organisatie is dit in de helft van de gevallen zonder goede reden.

Het is de vraag of al die ingrepen bijdragen aan het welzijn van moeders en baby’s en of ze de bevalling veiliger maken. Hoogleraar verloskunde Joris van de Post zette eerder dit jaar kritische kanttekeningen bij de Nederlandse verwijscijfers. Verloskundige en onderzoeker Jannet Bakker zegt dat bevallingen te vaak onnodig worden ingeleid. Vaak verwijzen verloskundigen niet omdat ze de bevalling zo risicovol vinden maar omdat er gezamenlijke afspraken tussen zorgverleners zijn die bepalen dat een vrouw wordt doorverwezen om de een of andere reden. Daardoor verlopen bevallingen steeds minder normaal met als gevolg minder gezonde moeders en baby’s en meer vrouwen kijken ontevreden terug op hun bevalling.

Bij een eerste bevalling wordt bijna de helft van alle barende vrouwen naar de gynaecoloog verwezen. Je kan mij niet wijs maken dat 50% van tot dan gezonde vrouwen “ziek” worden tijdens de baring. Wij verklaren vrouwen en baby’s ziek door ze een risico-stempel te geven dat ze niet hebben. Hierdoor worden er vaak ingrepen gedaan die niet nodig zijn. Ook is het zo dat veel verloskundigen afscheid nemen van hun cliënten nadat zij hen naar de gynaecoloog hebben verwezen. Natuurlijk gaat de verloskundige netjes mee naar het ziekenhuis en regelt daar dat de zorg goed wordt overgedragen maar vervolgens wenst ze de vrouw succes en gaat weg. De vrouw moet wennen aan een nieuwe verloskundige: de klinisch verloskundige. Want ook een medische bevalling wordt meestal begeleid door een verloskundige. Veel vrouwen krijgen, na een verwijzing “naar de gynaecoloog” die gynaecoloog zelf niet te zien. Begrijpt u het nog?

Naar mijn mening moeten verloskundigen minder verwijzen en meer samen werken met de klinisch verloskundige en gynaecoloog. Ik pleit niet voor minder richtlijnen want wetenschappelijke richtlijnen zijn goed in aantonen waar de risico’s kúnnen optreden maar wel pleit ik voor kritischer en meer flexibel omgaan met richtlijnen. En voor het beter informeren van aanstaande ouders over risico’s en keuzeopties. Want tussen niets doen en ingrijpen zitten veel mogelijkheden. Zoals nog even afwachten of als verloskundige zelf een extra controle uitvoeren. Een goed voorbeeld is meconiumhoudend vruchtwater: als de vliezen breken blijkt soms dat de baby in het vruchtwater heeft gepoept. Ongeboren baby’s poepen om dezelfde redenen als wij: meestal omdat hun darmen vol zitten en soms omdat ze stress hebben. Vanwege deze kleine stress-kans zegt de richtlijn dat we álle baby’s die gepoept hebben moeten doorverwijzen naar gynaecoloog. De hartslag van de baby wordt dan gemonitord maar dat kan de eigen verloskundige zelf ook doen.

Met minder wisseling van zorgverleners verloopt de bevalling soepeler. Want we weten uit onderzoek dat vrouwen die een vaste begeleider hebben minder bang zijn, minder ingrepen krijgen, minder om pijnstilling vragen en meer tevreden terug kijken op de geboorte van hun kind. Pijnstilling is trouwens ook zo’n verwijsreden die geen reden hoeft te zijn voor vertrek van de eigen verloskundige. Laat de verloskundige zelf (eventueel in overleg met gynaecoloog en anesthesist) de pijnstilling regelen en de begeleiding van de baring voort zetten. Dan moet de verloskundige wel bij de barende vrouw blijven voor een meer betrokken en liefdevolle begeleiding. Daarvoor is nodig dat de verloskundige meer tijd krijgt voor een bevalling. In het buitenland (Engeland, USA, Canada, Nieuw Zeeland etc) begeleiden verloskundigen met een fulltime baan 40-60 bevallingen per jaar, in Nederland ligt dat aantal op 105 per jaar. Het is hoog tijd dat we dat aantal omlaag brengen zodat verloskundigen de tijd hebben om bij barende vrouwen te blijven. Verloskundigen kunnen getraind worden in het toepassen van meer diagnostiek en (pijn)behandeling tijdens de baring. In het buitenland gebeurt dat volop.

Als barende vrouwen de continue en deskundige begeleiding krijgen die ze nodig hebben zullen bevallingen vaker normaal verlopen zonder verwijzingen en ingrepen. Met als resultaat blijere moeders en baby’s.

Meer lezen over dit onderwerp:

*Hoogleraar verloskunde Joris van de Post in het Parool

 

Waarom baby’s óók vaders nodig hebben

Veilig bevallenVaders openen de buitenwereld voor kinderen, meer dan moeders dat doen. Dat stelt onderzoeker  Susan Bögels. Moeder hebben meer lichamelijk contact met baby’s voor verzorging, voeding en troost, vaders hebben meer lichamelijk contact tijdens spel. Vaders durven meer zoals het omhoog gooien van baby’s. Het kind leert hierdoor beter met angsten omgaan. Vaders vormen de poort naar de buitenwereld.

Lees hier meer over het onderzoek naar Vaders en bekijk het filmpje.

 

Film over omgaan met pijn

Er is een nieuwe voorlichtingsfilm over omgaan met pijn tijdens de bevalling. Alle methodes worden op een rij gezet van natuurlijk tot ruggeprik. Welke voordelen heeft welke methode en welke nadelen? En hoe beleven moeders en vaders dit?

Verloskundigen lopen Marikenloop

imageEen geweldige prestatie vandaag in Nijmegen: 66 verloskundigen, gynaecologen, kraamverzorgenden plus sympathisanten uit heel Nederland liepen mee in de Marikenloop. Zij zochten sponsors en haalden daarmee het recordbedrag op van € 27.025 op voor Midwives4Mothers.

Midwives4Mothers (m4m) is een organisatie van Nederlandse verloskundigen die collega’s steunen in landen waar de verloskundige zorg niet zo goed georganiseerd is. Door het steunen van verloskundigen dáár verbetert de zorg voor moeders en baby’s. Ook JUNO was aanwezig en sponsort m4m.

Zie midwives4mothers

 

Baby’s krijger vaker en langer borstvoeding

Steeds meer vrouwen geven borstvoeding en houden dat ook langer vol.

Regelmatig blijkt uit onderzoek dat borstvoeding gunstig is voor de gezondheid van kind en moeder, zoals recent onderzoek van het RIVM. In veel Europese landen geven vrouwen vaker en langer borstvoeding dan in Nederland. Maar nu stijgen de cijfers ook in ons land. Dat blijkt uit de Peiling Melkvoeding 2015 van TNO onder ruim image1700 vrouwen.

Het aantal vrouwen dat kiest om borstvoeding te geven is in Nederland 80%. Na 6 maanden geeft 39% van de vrouwen hun baby nog borstvoeding. In 2010 was dat 18%. Hoogopgeleide moeders starten vaker met borstvoeding (90%) dan laagopgeleide moeders (69%). In de eerste twee weken na de geboorte de grootste daling te zien van het aantal moeders dat borstvoeding geeft. Redenen hiervoor zijn twijfels over voldoende melk, pijn bij het voeden en problemen met de aanlegtechniek. Als reden om te kiezen voor borstvoeding en langer te voeden noemen vrouwen de gezondheidsvoordelen voor hun baby.

Het RIVM verzamelde gegevens uit 44 artikelen. Hieruit blijkt opnieuw dat borstvoeding geven gezond is voor kind en moeder. Borstvoeding beschermt de baby tegen infectieziekten. In het eerste levensjaar zijn baby’s minder vaak ziek en worden minder opgenomen in het ziekenhuis. Maar er zijn ook gunstige effecten in de periode na de borstvoeding, zoals bescherming tegen overgewicht. Ook heeft het geven van borstvoeding effecten op de gezondheid van de moeder op langere termijn. Zo hebben voedende vrouwen een lager risico op hoge bloeddruk.

Zittend bevalt beter dan liggend

imageEen bevalling in zittende of hurkhouding verloopt vlotter dan als een vrouw op haar rug ligt. Dit wordt bevestigd in nieuw Duits onderzoek waar gekeken werd of de houding invloed heeft op de ruimte in het bekken. Zij deden dit op een unieke manier door met behulp van een MRI (magnetic resonance imaging) het bekken op te meten bij zwangere en niet zwangere vrouwen. Ze deden dit zowel rugligging als in geknielde hurkhouding. Het blijkt dat het bekken in verticale positie ruimer is dan liggend. Een ruimere doorgang betekent een vlotter verloop van de uitdrijving en minder kans op een kunstverlossing.

Aan dit onderzoek deden vijftig zwangere vrouwen mee met een kind in stuitligging en de wens voor een vaginale bevalling. Rond 37 weken zwangerschap kregen deze vrouwen een MRI-onderzoek van het bekken. Ook bij vijftig niet-zwangere vrouwen werd het bekken opgemeten. Uit het onderzoek blijkt dat bij zowel zwangere als niet-zwangere vrouwen de voor-achterwaartse bekkeningangsmaten significant kleiner zijn in de geknielde hurkhouding dan in de rugligging. Daarentegen zijn bij beide groepen de voor-achterwaartse maten van het bekken midden en de bekkenuitgang juist significant groter in de geknielde hurkhouding. Ook blijkt dat zwangere vrouwen in de hurkhouding een significant grotere voor-achterwaartse diameter van het bekken hebben dan niet-zwangere vrouwen. Alle andere voor-achterwaartse bekkenmaten zijn voor zowel de zwangere als niet-zwangere vrouwen gelijk.