Acaciastraat 58 | Nijmegen (oost)

Een normale bevalling kan trager verlopen

Een normale bevalling kan trager verlopen dan in leerboeken en richtlijnen wordt vermeld. Dat schrijft Wim Köhler deze week in NRC. In Amerikaanse richtlijnen wordt uitgegaan van een vordering van 1 cm per uur. De beroepsorganisatie van verloskundigen in Nederland, de KNOV, kijkt ook naar de richtlijn van de Wereld Gezondheidsorganisatie WHO die stelt dat het korter/langer kan duren. Ten slotte zijn er nog de verschillende inzichten van verschillende deskundigen zoals gynaecoloog Reuwer die stelt dat elke vrouw van haar eerste kind binnen een uur of 10 bevallen zou moeten zijn en dat anders de baring bijgestuurd zou moeten worden met medicijnen.

Op basis van de verschillende richtlijnen kan het beleid in de verschillende regio’s in Nederland anders zijn. Vaak wordt uitgegaan van een gemiddelde vordering van 1 cm per uur maar mag de baring gerust sneller gaan of langer duren zolang als het maar vordert en moeder en kind het goed maken. Zo wordt een vordering van 1 cm per 4 uur ook als acceptabel gezien. Om uitputting van de moeder voor te zijn volgt vaak het advies om bij te gaan stimuleren als het trager verloopt al dan niet in combinatie met pijnstilling.

Het is daarbij maar de vraag of het de verloskundige is die vast stelt dat het te lang duurt of de moeder. In deze tijd zie ik vaker vrouwen die ongeduldig worden als “het niet opschiet”. Waar het twintig jaar geleden vaak nog de verloskundige was die bepaalde of de baring al dan niet goed vorderde leggen we tegenwoordig, terecht, het beslissingsrecht bij vrouwen. Als vrouwen zich goed voorbereiden op de geboorte van hun kind is daar niets mis mee. Wel vind ik het jammer als vrouwen vragen om medisch ingrijpen omdat de verwachtingen vooraf onrealistisch blijken te zijn.

Niet één cm per uur is normaal maar het kan veel korter en vooral veel langer duren

Wim Köhler haalt recent Afrikaans onderzoek aan dat laat zien dat een normale bevalling trager kan verlopen dan de Amerikaanse richtlijnen aangeven. Niet één cm per uur is normaal maar het kan veel korter en vooral veel langer duren. Opmerkelijk in dit onderzoek is dat de ontsluitingsperiode niet sneller verliep als er werd bijgestimuleerd. Onderzoekers pleiten ervoor om de variaties al normaal te zien en niet enkel de gemiddeld verlopende baring.

Wat moet je minimaal weten over het verloop van de geboorte van een eerste kind:

* Een baring verloopt het vlotst en het veiligst voor moeder en kind als deze uit zichzelf begint. Dat is ook logisch want dan zijn zowel de baarmoeder als het kind er “klaar” voor.
* De aanloopfase (grofweg tot 3-4 cm ontsluiting) duurt normaal gesproken tussen de 2 en de 20 uur. De samentrekkingen van de baarmoeder zijn min of meer onregelmatig en meestal goed te doen. Er zijn uitzonderingen zoals vrouwen bij wie het ook na 20 uur niet doorzet of die in deze fase de weeën als flink pijnlijk ervaren. Zoals er ook vrouwen zijn die zonder iets te voelen de ontsluitingsperiode al hebben doorlopen en ineens persweeën krijgen.
* De actieve fase (van circa 4 tot 10 cm) kan 3 uur of korter duren maar dat is erg snel. Vaker zal het 4-14 uur duren en soms nog langer. De samentrekkingen komen met regelmaat van elke 3-5 min. De meeste vrouwen ervaren deze weeën als steviger en meestal als pijnlijk. Het verschilt van vrouw tot vrouw of ze de kracht en pijn als positief of negatief ervaren.
* De persfase of uitdrijving is de periode dat het lichaam persdrang aangeeft en vrouwen mee gaan persen. Bij een eerste kind duurt dit vaak tussen een half uur en 2 uur. Ook in deze fase geldt dat het korter of langer kan duren. De meeste vrouwen vinden deze fase minder pijnlijk omdat ze wat kunnen doen.
* In de laatste fase, het nageboorte-tijdperk, wordt de placenta geboren. Deze fase duurt meestal tussen de 5 en 30 minuten. Tot een uur wordt meestal normaal gevonden.

Lees hier het artikel in NRC
Lees hier het Afrikaanse onderzoek

Vaccinaties doen meer goed dan kwaad

Vaccinaties doen meer goed dan kwaad. Met deze infografic laat Science zien wat het resultaat is van invoering van diverse vaccinaties in de USA.

Er is in wereldwijd én in Nederland veel discussie over vaccineren. De communicatie van het RIVM zou te wensen overlaten, de terugloop van kinderziekten waar tegen wordt gevaccineerd zou eerder aan hygiëne-maatregelen te danken zijn dan aan vaccinatie en bovendien zouden kinderziekten vaak een onschuldig verloop hebben. Het is voor de huidige generatie ouders lastig dat het alweer zo lang geleden is dat kinderziekten een groot probleem waren. Als je leest dat er aluminiumverbindingen of formaledyde in vaccins zitten klinkt dat best eng. Dat dezelfde verbindingen ook van nature voorkomen in moedermelk en fruit maakt het minder eng maar dat moet je dan wel weten. Hoe vaak kwamen de ziektes voor en wat heeft vaccinatie bijgedragen? Ouders hebben recht op duidelijke info en antwoorden op hun vragen. De feiten over vaccinaties zijn duidelijk maar het helpt als ze inzichtelijk worden weergegeven.

Science zegt: vaccinaties doen meer goed dan kwaad.

Ik zeg: zorg dat ouders goede toegang hebben tot volledige informatie zoals ook hoe effectief vaccinatie is en wat de bijwerkingen zijn.

Het RIVM doet dat ten dele: het Rijksvaccinatieprogramma

Voor wie meer wil weten: deKennisvanNu

Er is altijd tijd voor liefdevolle zorg

Schrijnende bevallingsverhalen stonden deze week op social media en websites onder het motto #genoeggezwegen. Het zijn getuigenissen van vrouwen:

– die respectloos werden benaderd door zorgverleners

– die behandeld werden zonder informatie en/of keuzevrijheid

– die ingrepen kregen tegen hun wil

– en meer…

Ik werd er stil van.

Journalist Annemiek Verbeek schreef er een mooi artikel over op haar website.

Ondanks vaak goede intenties en met het belang van moeder (?) en kind (?) voor ogen worden vrouwen blijkbaar te vaak niet serieus genomen door zorgverleners. Dat mag en kan niet de bedoeling zijn. Zelfs bij spoed is het effectiever om een meewerkende moeder te hebben dan een die verzet biedt en dus is het mijn taak als zorgverlener om dat laatste trachten te bereiken. Liever zie ik moeders die tevreden terug kijken op hun bevalling, óók of juist als het medisch gezien niet vlot verliep.

Er is altijd tijd voor liefdevolle zorg.

Het artikel van Annemiek Verbeek:

#genoeggezwegen: aandacht voor misstanden in geboortezorg

9 maanden in 2 minuten

img_0985Alle JUNO-baby’s zijn mij even lief maar Jos en Laura legden de zwangerschap en geboorte van hun zoon Teus wel heel bijzonder vast: 9 maanden in 2 minuten.

Video Teus

De bevalling verloopt vaker spontaan bij thuis bevallen

img_0004

Zwangere vrouwen die kiezen voor een thuisbevalling hebben vaker een spontane baring met minder ingrepen dan vrouwen die kiezen voor bevallen in het ziekenhuis.

In het buitenland is dit al vaker aangetoond maar daar is een thuisbevalling veel minder normaal dan in Nederland. Het is daarbij de vraag of het misschien komt door de samenstelling van de selecte groep dat een thuisbevalling vlotter en veiliger verloopt. In Nederland is de thuisbevalling van oudsher veel normaler en kiezen veel vrouwen voor thuis bevallen.

Nienke Bolten en anderen onderzochten het verloop van de baring bij 3600 vrouwen in Nederland die konden kiezen voor bevallen thuis of in het ziekenhuis. De zwangerschap bij deze vrouwen was normaal verlopen, ook de bevalling was bij aanvang normaal en de begeleiding was onder leiding van een verloskundige. In deze studie koos 60% voor thuis bevallen en 40% voor het ziekenhuis.

Uit het onderzoek blijkt: de bevalling verloopt vaker spontaan bij thuis bevallen:

– er is minder vaak bijstimulatie nodig met een oxytocine-infuus,

– vrouwen krijgen minder vaak een knip of ruptuur.

Er was geen verschil in het aantal kunstverlossingen (vacuüm-verlossing of keizersnede) en de hoeveelheid bloedverlies. De resultaten waren ongeacht de werkelijke plaats van bevallen. Dus ook als vrouwen bij een thuisbevalling naar het ziekenhuis worden verwezen krijgen zij minder ingrepen.

Lees hier het oorspronkelijke onderzoek in BMC Pregnancy and Childbirth.

 

 

Wil je een goede bevalling: kies één verloskundige

imageAls vrouwen één vaste verloskundige hebben verloopt de bevalling gemiddeld beter. Dat zeggen Australische onderzoekers van La Trobe Universiteit in Melbourne. In hun onderzoek werd de standaard zorg in Australië, met meerdere zorgverleners, vergeleken met vrouwen die een vaste verloskundige kregen toegewezen voor de zwangerschapscontroles én de bevalling. Vrouwen konden hun vaste verloskundige altijd bellen. Zij vroegen 2300 vrouwen uit beide groepen hoe zij hun bevalling hebben ervaren. Daaruit bleek dat vrouwen met een vaste verloskundige minder complicaties hebben tijdens de bevalling. Zij krijgen minder vaak een keizersnede. Ze kunnen beter omgaan met pijn en hebben daarom minder pijnstilling nodig. Ook komt het minder vaak voor dat vrouwen de bevalling als traumatisch ervaren. Bij standaard zorg is 74% van de vrouwen tevreden met het verloop van de bevalling. Vrouwen die één verloskundige toegewezen kregen waren voor 85% tevreden. In deze groep waren vrouwen minder angstig en ook vonden minder vrouwen de bevalling onverdraaglijk. De conclusie: wil je een goede bevalling, kies één verloskundige.

De relatie die gevormd wordt tussen een aanstaande moeder en haar verloskundige is blijkbaar van grote invloed op het verloop van de bevalling“, zegt onderzoeker Helen McLachlan. De onderzoekers vinden dat alle gezonde vrouwen een eigen verloskundige moeten kunnen kiezen.

Je kunt je afvragen wat dit Australisch onderzoek zegt over de situatie in Nederland. Yvonne Fontein deed in 2010 onderzoek in Nederland. Zij keek naar het verloop van de bevalling bij vrouwen in samenhang met het aantal verloskundigen die een vrouw zag tijdens haar zwangerschap. Dit onderzoek leverde soortgelijke bevindingen op: minder verwijzingen naar de gynaecoloog, minder pijnstilling en minder keizersnedes als vrouwen één of twee verloskundigen zagen. Vrouwen vonden dat ze hun verloskundige beter kenden en keken achteraf meer tevreden terug op de bevalling. Bij drie of meer verloskundigen per vrouw waren de uitkomsten minder gunstig. Het gemiddeld aantal verloskundigen per zwangere vrouw is in Nederland drie tot vier. In het ziekenhuis zien vrouwen meestal nog meer verschillende zorgverleners.

Bronnen:

Het onderzoek van La Trobe University, Melbourne

Het onderzoek van Yvonne Fontein, onderzoeker in Maastricht

NIPT voor alle zwangere vrouwen

Vanaf april 2017 is de NIPT voor alle zwangere vrouwen een keuze-optie. Dat maakte minister Edith Schippers op Prinsjesdag bekend. Hiermee volgt zij het advies van de Gezondheidsraad op de vergunningaanvraag van de acht universitair medische centra.

De NIPT-test wordt nu in Nederland alleen uitgevoerd als er verhoogd risico wordt vastgesteld bij de combinatietest en kost ongeveer € 550 (maar deze kosten worden vergoed). Straks kost de test voor vrouwen €175 , de rest wordt door de minister vergoed. De test wordt alleen uitgevoerd in de universitair medische centra. De combinatietest kan dan worden overgeslagen.

Kiezen voor onderzoek naar Downsyndroom is voor aanstaande ouders vaak een lastige keuze. Downsyndroom is niet te genezen. Wel kunnen ouders kiezen voor een zwangerschapsafbreking of om beter voorbereid te zijn op de komst van een baby met Downsyndroom. Een groot voordeel van de NIPT-test is voor deze ouders dat de test met 99% zekerheid vast stelt of de baby wel of geen Downsyndroom heeft. De combinatietest spoort Downsyndroom minder goed op.

Lees hier meer over het nieuws rond de NIPT voor alle zwangere vrouwen

Een gezamenlijk dossier voor de geboortezorg

Een gezamenlijk dossier voor alle zorgverleners rond een zwangere vrouw zou leiden tot betere communicatie en daarmee minder fouten en dus betere zorg voor moeders en baby’s. Dit dossier moest er komen en zwangere vrouwen zouden toegang moeten hebben tot hun eigen dossier. Dát was de aanbeveling van het advies Een Goed Begin aan de minister van gezondheidszorg in 2010. Het werkveld kreeg opdracht dit te ontwikkelen.
Één gezamenlijk dossier voor verloskundigen, gynaecologen, kraamzorg en consultatiebureau leek niet haalbaar. Elke beroepsgroep stelt eigen eisen aan de verslaglegging. Ziekenhuizen hebben daarbij ook nog eens te maken met communicatie met andere specialismen zoals tussen gynaecologen en kinderartsen.

Het gezamenlijk dossier voor de geboortezorg is nog niet af maar komt dichtbij. Zorgverleners en hun softwareleveranciers staken de hoofden bij elkaar.

imageZie hier het filmpje over een gezamenlijk dossier voor de geboortezorg.

Het idee is dat alle zorgverleners in hun eigen digitaal dossier kunnen werken. Vanuit elk verslag worden een aantal data gedeeld en die komen terecht in het gezamenlijk dossier. Als de verloskundige gegevens vast legt over de zwangerschap kunnen de gynaecoloog en kraamzorg die gegevens inzien wanneer een vrouw zich bij hen meldt. Ook kan een zwangere vrouw haar eigen dossier inzien. Althans dit is de bedoeling. De initiatiefnemers hopen dat in veel regio’s zorgverleners aanhaken. Dan wordt het initiatief uitvoerbaar.

Als verloskundige vind ik deze ontwikkeling enorm spannend. Ik geloof in een goede communicatie op basis van een gezamenlijk toegankelijk dossier. Maar de initiatieven die er de afgelopen jaren waren in andere takken van de gezondheidszorg beloven niet altijd veel goeds: projecten rond het electronisch patientendossier (EPD) bij huisartsen kostten véél geld, zorgverleners haakten af en er waren zorgen over de privacy van de patiënt. Uiteindelijk leken vooral de ICTers beter te worden van het EPD. Ik hoop dat we dat in de geboortezorg beter doen!

Juno zonder problemen aangekomen bij planeet Jupiter

De familie JUNO is goed bezig. Mijn kleine neefje is vandaag op Jupiter aangekomen.

Zelf houd ik van persoonlijke contacten in/buiten mijn werk en op reis, zoals elders op deze website valt te lezen. Maar waar mijn reisgebied zich beperkt tot de aarde pakt mijn neefje Sonde het groots aan. De NOS meldt vandaag: “Sonde Juno zonder problemen aangekomen bij planeet Jupiter.”

Sonde Juno is een echte ontdekkingsreiziger. Hij maakte een eenzame reis van 5 jaar voor hij vandaag arriveerde op Jupiter. Gelukkig houdt hij veelvuldig contact met zijn achterban via de elektronica in zijn bagage en stuurt hij geregeld foto’s. We zijn ook blij dat het hem is gelukt om op tijd af te remmen, want dat wil bij Sonde Juno weleens een probleem zijn. De komende maanden verwachten we belangrijke onderzoeksresultaten te ontvangen zoals over de vraag of de kern van Jupiter uit gas of vast materiaal bestaat. Maar eerst gaat hij wat Jupiter-sightseeing doen door een paar rondjes om de planeet te vliegen.

We zijn enorm trots op deze stoere neef!

Lees hier het NOS bericht

 

Protest tegen snelle invoering van integrale bekostiging

Op 23 juni oordeelt de Tweede Kamer over een voorstel van minister Schippers om per 1 januari 2017 integrale bekostiging in te voeren. Diverse zorgverleners waaronder verloskundigen en gynaecologen voeren protest tegen snelle invoering van integrale bekostiging. Zij zijn niet tegen samenwerking, in tegendeel, maar tegen het van bovenaf opleggen van een tarief op dit moment.

De afgelopen jaren werd door de politiek een oproep gedaan aan het veld om beter samen te werken om de zorg bij de eerstelijns verloskundige beter aan te laten sluiten op tweedelijns zorg in het ziekenhuis. Dit heet integrale zorg. De minister wil integrale zorg én integrale financiering snel invoeren in de geboortezorg en daarna ook in andere sectoren binnen de gezondheidszorg. De geboortezorg is de proeftuin van de minister voor integrale zorg en integrale bekostiging.

CTG bij verloskundige

CTG-onderzoek bij de verloskundige in Nijmegen

In veel regio’s waaronder de regio Nijmegen hebben verloskundigen, gynaecologen en kraamzorg de handen ineengeslagen en een mooie samenwerking in gang gezet. Zo zijn er diverse pilots opgezet die in 2017 en 2018 geëvalueerd gaan worden. In deze pilots zijn de financiën verschillend geregeld. Een snelle invoering van integrale bekostiging (slecht één manier om de financiering te regelen) zou de uitvoer van de pilots belemmeren. Er wordt te veel druk gezet op de samenwerkingsprojecten die op gang zijn gekomen. Er zijn nu al pilots stopgezet door het voorstel van de minister. Ook bestaat de zorg dat een snelle invoering van een integraal tarief een verkapte vorm van bezuiniging is.

We weten gewoon nog niet welke vorm van samenwerking de beste is. Kunnen verloskundigen, gynaecologen, kraamverzorgenden, verpleegkundigen en kinderartsen het best samen in één organisatie gaan werken of is het beter om ieder verantwoordelijk te laten zijn, ook financieel, voor zijn eigen werk? Of zijn er onderdelen van het werk die je beter samen kan regelen en andere niet? Is het wel goed om de financiering van bovenaf te regelen, juist nu er wordt gestreefd om meer zorg dicht bij zwangere vrouwen in de wijk te organiseren? Het lijkt erop dat de maatregel van de minister meer kwaad doet dan goed.

In Amsterdam en Den Haag worden deze week protestacties gehouden door bezorgde zorgverleners. Eerder al stuurden een coalitie van vrouwenorganisaties een bezwaarbrief naar de minister. Zij denken dat de vrije keuze van zwangere vrouwen in gevaar komt als alle zorgverleners in een grote organisatie gaan werken.

Hoe zit het in de regio Nijmegen?

In 2011 besloten verloskundigen en gynaecologen in de regio Nijmegen om intensiever te gaan samenwerken, samen met kraamzorg én de GGD. Dat laatste is uniek in Nederland. De samenwerking werd al snel uitgebreid naar Den Bosch, Ede, Arnhem en Doetinchem: het Consortium Oost Nederland Bevalt Goed werd opgericht. We kozen ervoor om de inhoud en kwaliteit van zorg vóór te laten gaan, binnen de bestaande budgetten, en daarna te kijken of de budgetten anders moeten worden geregeld. Er zijn verschillende pilots en projecten gestart. De afronding hiervan is niet gereed voor 2017. Invoering van een integraal tarief zou de voortgang van de projecten frustreren.

Dankzij de vernieuwende samenwerking in de regio heb ik als verloskundige een kleine praktijk kunnen opzetten waarbij ik meer dan voorheen persoonlijke aandacht kan geven aan mijn cliënten. Zwangere vrouwen hebben bij JUNO één vaste verloskundige. Tijdens de bevalling krijgen zij continue begeleiding door één verloskundige, óók als het medisch team van de gynaecoloog wordt ingeschakeld.

Samen met tien praktijken hebben we het Verloskundig Centrum Nijmegen opgezet. Vrouwen kunnen hier snel en laagdrempelig terecht voor echo’s, infoavonden, cursussen en voor aanvullende onderzoeken zoals bij minder leven en stuitligging. Vroeger moesten vrouwen daarvoor naar het ziekenhuis waarbij ze meer tijd kwijt waren en veel verschillende hulpverleners zagen.

Zowel tijdens de thuisbevalling als in het ziekenhuis kan eerder kraamzorg worden ingeschakeld. In sommige gemeentes is het nu mogelijk om de ziekenhuisintake bij de lokale verloskundige te doen. Soms komt de gynaecoloog naar de zwangere vrouw in de verloskundigenpraktijk. Er werd een informatieve app, de Zwapp, ingevoerd, nu nog alleen in Doetinchem maar binnenkort hopelijk in de hele regio.

Om ervoor te zorgen dat al die vernieuwingen voldoen aan de wensen van zwangere vrouwen werd de Moederraad opgericht.

Kortom, we zijn in deze regio goed bezig om te zorgen dat we in de eerste plaats gezonde moeders en baby’s hebben maar zeker ook tevreden moeders en baby’s!

Oproep: Minister Schippers en de Tweede Kamer, geef onze (integrale) initiatieven de kans om te rijpen en wacht met invoering van een integraal tarief.

 

Lees hier meer over integrale bekostiging, protest tegen snelle invoering van integrale bekostiging door vrouwenorganisaties, het pleidooi van onderzoekers en zorgverleners en over het Verloskundig Centrum Nijmegen.

Spring naar werkbalk